Skip to content

De richting van Al-Bukhari

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp


Ustadh Saoed Khadje

Docent Dar-al-‘Ilm – Instituut voor Islamstudies

 

Imam Al-Bukhari maakte zijn ‘aqiedah (richting in geloofsovertuiging) en fiqh (juridische standpunten) kenbaar via de hoofdstukken in zijn werken. In zijn Sahih is dit ook te merken. Hij geeft reacties op geloofsopvattingen van groepen die zijn afgeweken van de Ahl al-Soennah en hij geeft zijn reacties op discussies die werden gevoerd tussen rechtsgeleerden. Hij beantwoorde kwesties met hadith en deze waren tegelijkertijd ook zijn standpunten en richting die hij volgde. Hierin volgde hij de lijn van de Ahl al-Hadith wa Soennah: de geleerden in de hadith en de soennah.

De ‘aqiedah van Al-Bukhari

Imam Al-Bukhari was één van de Ahl al-Hadith wa Soennah, zoals hij zelf aangaf. Hij geloofde dat imaan (geloof) kon toe- en afnemen en dat iemand geen ongelovige werd vanwege het begaan van een zonde. Hij verdedigde het standpunt dat zonden voortkwamen uit onwetendheid. Alleen wanneer de zonde gepaard ging met enig vorm van shirk (verering van anderen dan Allah, afgoderij, bijgeloof), kon iemand een daad van ongeloof verrichten. Imam Al-Bukhari bleef weg van shirk en bid’ah (godsdienstige innovaties of verzinsels, die niet zijn onderbouwd door betrouwbare overleveringen).

Hij liet zich niet in met vergezochte interpretaties van groepen die afweken van de soennah. Hij geloofde in het overlijden van de profeet Muhammad (vrede zij met hem) en dat Abu Bakr na hem de rechtmatige kalief was en na hem ‘Umar, ‘Uthman en dan ‘Ali.

Al-Bukhari en rechtscholen

Imam Al-Bukhari was niet gebonden aan een specifieke rechtschool (madhhab), ondanks dat er wel zulke beweringen worden geuit. Hij stond niet bekend als een volgeling van Imam Abu Hanifa of Imam Malik, noch was hij een Shafi‘i of Hanbali. In feite was hij, zoals Imam Al-Dhahabi verklaarde, een mujtahid mutlaq, een onafhankelijke geleerde die de capaciteit bezat zijn eigen inzichten en juridische redenatie (ijtihad) zonder daarbij enig specifieke rechtschool te volgen.

Hij volgde zijn eigen methode of zijn eigen ‘school’ en hield zich daar aan. Hij was goed op de hoogte van discussies die leefden onder rechtsgeleerden en reageerde hier zelfs op in zijn werken. De titels van de hoofdstukken in zijn Sahih tonen ook zijn posities in fiqh aan.

Share on facebook
Facebook
Share on twitter
Twitter
Share on linkedin
LinkedIn
Share on whatsapp
WhatsApp

Bekijk ook één van de onderstaande artikelen

Hij is één van de belangrijkste Koranexegeten (uitleggers) van de klassieke periode. Zijn tafsierwerk Djaami’ al-Bayaan ‘an Ta’wiel Aay al-Qoer‘aan is één van de grootste klassiekers die tegenwoordig nog beschikbaar is. Het is zonder twijfel een monumentale tafsier van de Koran.
De verzen van de Koran zijn vanuit diverse invalshoeken bestudeerd. Het uiteenzetten, in het bijzonder het interpreteren van de Koranverzen, wordt in het Arabisch tafsier genoemd. Het woord tafsier is afgeleid van het stamwoord fassara: uitleggen, de betekenis van iets verklaren of weergeven.